Eén op drie Waalse jongeren leeft van een werkloosheidsuitkering
Vlaamse jongeren worden gestimuleerd om vanaf hun 18de snel aan een job te geraken of om een hoger diploma te halen. Wie toch niet direct werk vindt, wordt aangespoord om zo snel mogelijk werk te zoeken en desnoods een opleiding te volgen. Die aansporing gebeurt door de ouders, familie, vrienden en door de VDAB. Wie manifest weigert om inspanningen te doen loopt het risico zijn uitkering te verliezen. Een en ander heeft tot gevolg dat het probleem van de jeugdwerkloosheid in Vlaanderen vrij klein is. In Vlaanderen heeft slechts 7,6% van de schoolverlaters na één jaar nog geen werk.
Heel anders is de toestand in Wallonië. In Wallonië leeft 33,1% van de jongeren tussen 15 en 24 jaar van een werkloosheidsuitkering. Alleen de overzeese Franse gebieden (waarbij de paradijselijke eilanden in de Stille Zuidzee) en het al decennia achtergebleven zuiden van Italië scoren nog slechter qua jeugdwerkloosheid.
De jeugdwerkloosheid in Vlaanderen is als een lichte hoest bij een voor de rest gezonde man. De jeugdwerkloosheid in Wallonië is als een acute bronchitis bij een doodzieke patiënt. Om beide mensen te genezen is een totaal verschillende behandeling nodig. Daarom moeten Wallonië en Vlaanderen dringend een eigen sociaal-economisch beleid kunnen voeren. Ook daarom moeten we voor Vlaamse onafhankelijkheid strijden.

Reacties